Naar inhoud springen

trombine

Uit WikiWoordenboek
enkelvoud meervoud
zonder lidwoord met lidwoord zonder lidwoord met lidwoord
  trombine     la trombine     trombines     les trombines  

trombine v

  1. (spreektaal) kop, smoel, ponem
    «Nadya elle commence en avoir marre de voir sa trombine tous les jours sur le blog de son ex.»
    Nadya begint ervan te balen iedere dag haar smoel op het blog van haar ex te zien. [1]