Naar inhoud springen

tred

Uit WikiWoordenboek
  • tred
enkelvoud meervoud
naamwoord tred treden
verkleinwoord tredje tredjes

detredm

  1. regelmatige gang of loop
    • Toen hij zich realseerde dat het al laat was, versnelde zich zijn tred. 
    • De treden veranderden van richting bij iedere paal. 
83 %van de Nederlanders;
83 %van de Vlamingen.[4]
enkelvoud meervoud
naamwoord   tred     tridi  

tred v

  1. (zangvogels) spreeuw