tred
Uiterlijk
- tred
- van Middelnederlands trede / tret, naamwoord van handeling van treden ww , in de betekenis van ‘stap’ aangetroffen vanaf 1400 [1] [2] [3]
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | tred | treden |
| verkleinwoord | tredje | tredjes |
de tred m
- regelmatige gang of loop
- Toen hij zich realseerde dat het al laat was, versnelde zich zijn tred.
- De treden veranderden van richting bij iedere paal.
- Het woord tred staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "tred" herkend door:
| 83 % | van de Nederlanders; |
| 83 % | van de Vlamingen.[4] |
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑ tred op website: Etymologiebank.nl
- ↑ "tred" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | tred | tridi |
tred v
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 4
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 1 lettergreep in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- WikiWoordenboek:Pagina's die ISBN magische koppelingen gebruiken
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 83 %
- Prevalentie Vlaanderen 83 %
- Woorden in het Bretons
- Zelfstandig naamwoord in het Bretons
- Zangvogels in het Bretons
- Vogels in het Bretons