Naar inhoud springen

tray

Uit WikiWoordenboek
Een juffrouw met twee traytjes bier, in een bar ergens in New Mexico. 1974
  • tray
  • Leenwoord uit het Engels, sinds 1992 vastgelegd in woordenboeken [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord tray trays
verkleinwoord traytje traytjes

detraym

  1. een open verpakking die onderverdeeld is in verschillende vakjes
    • Het is Villarreal die zich over hen ontfermt, die de trays met flessenwater desnoods zelf gaat langsbrengen, die checkt of de filters goed zijn geïnstalleerd en die bij iedereen haar hand ophoudt voor donaties. [2] 
  1. tray op website: Etymologiebank.nl
  2. NRC Maartje Somers 2 oktober 2016


enkelvoud meervoud
tray trays

tray

  1. (huishouden)  bak zn  [1],  schaal zn  [1]
  2. (huishouden)  blad zn  [4], dienblad, plateau [2]
  3. tray
  4. (verkeer), (motortechniek) baanschuiver [1] (soort motorfiets)
vervoeging
onbepaalde wijs to  tray 
he/she/it  trays 
verleden tijd  trayed 
voltooid
deelwoord
 trayed 
onvoltooid
deelwoord
 traying 
gebiedende wijs  tray 

tray

  1. overgankelijk op een schaal/blad e.d. leggen