tranen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • tra·nen
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
tranen
traande
getraand
zwak -d volledig

Werkwoord

tranen

  1. inergatief het afscheiden van tranen.

Zelfstandig naamwoord

tranen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord traan

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie