trams

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • trams

Zelfstandig naamwoord

trams mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord tram
Synoniemen


Engels

Zelfstandig naamwoord

trams mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord tram

Werkwoord

trams

  1. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van (to) tram