trad

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • trad

Werkwoord

vervoeging van
treden

trad

  1. enkelvoud verleden tijd van treden
    • Ik trad. 
    • Jij trad. 
    • Hij, zij, het trad. 

Gangbaarheid

77 % van de Nederlanders;
69 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be