Naar inhoud springen

trad

Uit WikiWoordenboek
  • trad
vervoeging van
treden

trad

  1. enkelvoud verleden tijd van treden
    • Ik trad. 
    • Jij trad. 
    • Hij, zij, het trad. 
     Op 11 juli trad er een vrij plotselinge daling op in de gemiddelde luchtdruk, terwijl ook de dagelijkse variaties in de windrichting afwijkingen vertoonden.[1]
     Nu trad zij in zijn voetsporen, want ook al was het bezit zonder wapenvergunning verboden, ze kon geen afstand doen van het jachtgeweer dat hem zo dierbaar was geweest en besloot het te houden.[2]
77 %van de Nederlanders;
69 %van de Vlamingen.[3]
  1. “Nieuws uit de kosmos” (2024), Fontaine Uitgevers op Wikipedia, ISBN 9789464043075
  2. Teuntje de Haan
    “Een muur van water” (2018), Em. Querido's Uitgeverij op Wikipedia, ISBN 9789021409375
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be