tombe

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • tom·be
enkelvoud meervoud
naamwoord tombe tomben
tombes
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

tombe v/m

  1. (bouwkunde) een bouwwerk dat bedoeld is een dode te huisvesten
    • Hij bezocht de tombe van Napoleon in Parijs. 

Gangbaarheid

96 % van de Nederlanders
92 % van de Vlamingen.

Meer informatie