tienarmig

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • tien·ar·mig
Woordherkomst en -opbouw
  • Samenstellende afleiding van tien en arm met het achtervoegsel -ig
stellend
onverbogen tienarmig
verbogen tienarmige
partitief tienarmigs

Bijvoeglijk naamwoord

tienarmig

  1. tien armen hebbend

Gangbaarheid

88 % van de Nederlanders
87 % van de Vlamingen.