Naar inhoud springen

thune

Uit WikiWoordenboek
  • geattesteerd in de 17de eeuw als thune in de betekenis "aalmoes". De herkomst van het woord is voor de rest onduidelijk. [1]
enkelvoud meervoud
zonder lidwoord met lidwoord zonder lidwoord met lidwoord
  thune     la thune     thunes     les thunes  

thune v

  1. (spreektaal) (verouderd) (numismatiek) muntstuk van vijf frank
  2. (spreektaal) poen, pegels
    «Mon blouson qui vaut tant de thunes, à leurs yeux était une veste pour marcher sur la lune!»
    In hun ogen was mijn jack, dat zoveel poen waard is, een jasje om mee op de maan te lopen! [2]