tezen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • te·zen
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
tezen
teesde
geteesd
zwak -d volledig

Werkwoord

tezen

  1. overgankelijk uiteentrekken, plukken, met name van wol
    • Dusdaane weêrbarstigheeden, geschillen, en misverstanden, teesden de eendragt, ... [1] 

Gangbaarheid

6 % van de Nederlanders;
12 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. Nederlandsche historien. P.C. Hooft