terne

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ter·ne
Woordherkomst en -opbouw
  • uit het Frans [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord terne ternes
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

terne v/m [2]

  1. bij een loterij op lottospel: drie opeenvolgende winnende nummers

Gangbaarheid

12 % van de Nederlanders;
17 % van de Vlamingen.[3]

Verwijzingen