teleur

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • te·leur

Bijwoord

teleur

  1. bijwoordelijk deel van een scheidbaar werkwoord: in negatieve zin verrast

Gangbaarheid

92 % van de Nederlanders;
93 % van de Vlamingen.