teleologisch
Uiterlijk
- te·leo·lo·gisch
- afgeleid van teleologie met het achtervoegsel -isch
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | teleologisch | teleologischer | |
| verbogen | teleologische | teleologischere | |
| partitief | teleologisch | teleologischers | - |
teleologisch [1]
- een doelstelling inhoudend, bepaald door of beschouwd vanuit het doel.
- Het woord teleologisch staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- Zie Wikipedia voor meer informatie.