teennagel

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

teen met teennagel
Uitspraak
Woordafbreking
  • teen·na·gel
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord teennagel teennagels
verkleinwoord teennageltje teennageltjes

Zelfstandig naamwoord

teennagel m [1]

  1. nagel van een teen
    • Joyce keert terug als een sterke, zelfstandige vrouw, die zich niet meer verschuilt achter haar baan, haar spullen, haar vrouwelijkheid. Die in haar eentje - „ik ben écht graag alleen” - naar een liefdeshotel gaat, zich opmaakt, baddert, zich van haar netgelakte teennagels tot haar perfect gekapte haar insmeert met groene klei en verandert in een levend standbeeld. Met deze serie wint ze de International Photography Award 2016. [2] 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[3]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. NRC Astrid van Rooij 19 maart 2016
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be