teennagel
Uiterlijk

- teen·na·gel
- samenstelling van teen en nagel [1]
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | teennagel | teennagels |
| verkleinwoord | teennageltje | teennageltjes |
de teennagel m
- (anatomie) dun, doorzichtig plaatje van harde keratine op de bovenkant van elk van de vijf uitsteeksels van de voet
- Joyce keert terug als een sterke, zelfstandige vrouw, die zich niet meer verschuilt achter haar baan, haar spullen, haar vrouwelijkheid. Die in haar eentje - „ik ben écht graag alleen” - naar een liefdeshotel gaat, zich opmaakt, baddert, zich van haar netgelakte teennagels tot haar perfect gekapte haar insmeert met groene klei en verandert in een levend standbeeld. Met deze serie wint ze de International Photography Award 2016. [2]
- Het woord teennagel staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "teennagel" herkend door:
| 100 % | van de Nederlanders; |
| 99 % | van de Vlamingen.[3] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑ NRC Astrid van Rooij 19 maart 2016
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 9
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 3 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Samenstelling in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Anatomie in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 100 %
- Prevalentie Vlaanderen 99 %