tachtigjarig

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • tach·tig·ja·rig
Woordherkomst en -opbouw
  • Samenstellende afleiding van tachtig en jaar met het achtervoegsel -ig
stellend
onverbogen tachtigjarig
verbogen tachtigjarige
partitief tachtigjarigs

Bijvoeglijk naamwoord

tachtigjarig [1]

  1. tachtigjaar oud
    • Hoewel Johanna Borski twee van haar acht kinderen in de firma opnam, gunde ze hun geen enkele zakelijke bewegingsvrijheid. Alle transacties waren voorzien van haar handtekening en ze bleef tot op tachtigjarige leeftijd als eigenares compareren. [2] 
    • `Bij de schutters.' Davide Fournier sprak het woord uit alsof het een bijzondere categorie betrof. Omdat het op zijn leeftijd geen doen was om achter honden aan te hollen en dwars door doorntakken en braamstruiken het wild op te drijven, had hij tien jaar geleden de overstap gemaakt. 'Georges had de positie naast me, op een meter of honderdvijftig.' De tachtigjarige wees naar de weg die naar Domaine de Montard leidde. [3] 
  2. iets wat tachtigjaar duurt
    • In zijn roman uit 1998, in het Nederlands verschenen onder de titel De zon van Breda, staat hij stil bij de Tachtigjarige Oorlog - de oorlog in de Nederlanden en frist hij het historische geheugen van zijn landgenoten op. [4] 
Verwante begrippen

Gangbaarheid

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Wiersma, Geertje Johanna Borski [1998] ISBN 90-5333-635-4 pagina 10
  3. Berg, Michael Blind vertrouwen [2009] ISBN 978-90-443-4330-4 pagina 151
  4. Pérez , Yolanda Rodríguez) De Tachtigjarige Oorlog in Spaanse ogen [2003] ISBN 90-77503-19-6 pagina 16