syndicaal

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • syn·di·caal
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen syndicaal syndicaler syndicaalst
verbogen syndicale syndicalere syndicaalste
partitief syndicaals syndicalers -

Bijvoeglijk naamwoord

syndicaal

  1. van de vakbond, op de vakbond betrekking hebbend
Afgeleide begrippen

Gangbaarheid

66 % van de Nederlanders;
96 % van de Vlamingen.