symposion

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

symposion
Uitspraak
Woordafbreking
  • sym·po·si·on
Woordherkomst en -opbouw
  • uit het LGrieks [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord symposion symposions
symposia
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

symposion o

  1. maaltijd met gasten; gezellige bijeenkomst
     Maar deze avond had iets van het ”symposion” of ”gastmaal” van de Griekse wijsgeer Plato, waarin de vrienden waren genodigd om met elkaar te spreken over het vreugdevolle geheimenis van dit bestaan.[2]
Verwante begrippen

Gangbaarheid

44 % van de Nederlanders;
37 % van de Vlamingen.[3]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. symposion op website: Etymologiebank.nl
  2. Bronlink Weblink bron Dr. Ewald Mackay “Column: ”symposion” met muziek in de Pelgrimvaderskerk” (27-11-2019), Reformatorisch Dagblad
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be