stroomt
Uiterlijk
- stroomt
| vervoeging van |
|---|
| stromen |
stroomt
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van stromen
- Jij stroomt.
- derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van stromen
- Hij stroomt.
- (verouderd) gebiedende wijs meervoud van stromen
- Stroomt!
- ▸ In het tanende licht stroomt afvalwater van de schepen in zee.[1]
- ▸ `Het schone water stroomt overal en altijd gemakkelijk en veilig uit de kraan.[2]
- ▸ Dan verdwijnt hij in de zaagmachine; en zijn bloed, steeds meer verdund door het spoelwater, stroomt over de tegels en verdwijnt in het putje zonder een spoor achter te laten.[3]
- Het woord stroomt staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- ↑ Jessie Burton vert. Mieke Trouw-Luyckx“Het huis aan de gouden bocht” (2014), Luitingh-Sijthoff
, ISBN 9789021809526 - ↑ Hans Achterhuis“De erfenis van de utopie” (1998), Ambo/Anthos uitgevers
, ISBN 9026315244 - ↑ Manik Sarkar“Ossenkop” (2024), Hollands Diep, ISBN 9789048862696