sprakel
Uiterlijk
- spra·kel
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | sprakel | |
| verkleinwoord |
de sprakel m
- (bloemplanten) benaming voor planten uit het geslacht Rhamnus
, struiken of kleine bomen uit de wegedoornfamilie (Rhamnaceae
)
- Het woord 'sprakel' staat niet in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "sprakel" herkend door:
| 15 % | van de Nederlanders; |
| 18 % | van de Vlamingen.[3] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ sprakel op website: Etymologiebank.nl
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be