spraakles

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • spraak·les
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord spraakles spraaklessen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

spraakles v/m [1]

  1. training om (beter) te leren spreken
    • Lisa krijgt nu spraaklessen om haar oude stem weer terug te krijgen. Dat helpt, maar of ze ooit weer haar oude accent terugkrijgt weet ze niet. Maar dat vindt ze niet erg. „Het accent bepaalt niet wie ik ben. Ik ben nog steeds dezelfde persoon als voor de operatie. Ik praat gewoon anders,” zegt ze tegen KTRK.[2] 
    • Van een operatie aan de stembanden heeft de transgender afgezien, omdat het risico bestaat dat ze als gevolg van de ingreep haar stem verliest. Wel probeert Caitlyn met spraaklessen haar stem vrouwelijker te laten klinken.[3] 
    • Ze speelde talloze andere toneel-, televisie- en filmrollen, onder meer in de series Vrouwenvleugel, Flodder en Het Zonnetje in Huis. Ook gaf ze spel- en spraaklessen op De Amsterdamse Toneelschool.[4] 
Synoniemen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
94 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. de Telegraaf 23 jun. 2016
  3. de Telegraaf 28 aug. 2015
  4. de Telegraaf 21 feb. 2014