spoiler
Uiterlijk
- spoi·ler
- Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘constructie aan vliegtuigen en auto's ter vermindering van brandstofverbruik’ voor het eerst aangetroffen in 1968 [1]
- Van het Engelse spoiler
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | spoiler | spoilers |
| verkleinwoord | spoilertje | spoilertjes |
de spoiler m
- informatie die de spanning en verrassing kan bederven van een boek of film.
- een onderdeel van de auto bedoeld om de aerodynamica te verbeteren, maar ook vaak gebruikt ter versiering van een auto.
- een onderdeel van een vliegtuig bedoeld om de luchtstroming over de vleugels te verstoren.
- [1] spoileralert
- Het woord spoiler staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "spoiler" herkend door:
| 96 % | van de Nederlanders; |
| 93 % | van de Vlamingen.[2] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ "spoiler" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 7
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 2 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 96 %
- Prevalentie Vlaanderen 93 %