spilt

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • spilt

Werkwoord

vervoeging van
spillen

spilt

  1. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van spillen
    • Jij spilt. 
  2. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van spillen
    • Hij spilt. 
  3. (verouderd) gebiedende wijs meervoud van spillen
    • Spilt! 


Noors

Woordafbreking
  • spilt
Naar frequentie 2366

Werkwoord

spilt

  1. voltooid deelwoord van spile

Werkwoord

spilt

  1. voltooid deelwoord van spille


Nynorsk

Woordafbreking
  • spilt

Werkwoord

spilt

  1. voltooid deelwoord van spilla

Werkwoord

spilt

  1. voltooid deelwoord van spille