spijbelen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • spij·be·len
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
spijbelen
spijbelde
gespijbeld
zwak -d volledig

Werkwoord

spijbelen

  1. (inergatief) ongeoorloofd uit school wegblijven
    Er wordt veel gespijbeld.
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie