somberen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • som·be·ren
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
somberen
somberde
gesomberd
zwak -d volledig

Werkwoord

somberen

  1. inergatief somber overpeinzen, pessimistisch zijn
    • 'Het wordt nooit meer beter', sombert hij. 
    • Laten we stoppen met somberen. 
Vaste voorzetsels
  • somberen over

Gangbaarheid

85 % van de Nederlanders;
43 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be