sluike

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • slui·ke

Bijvoeglijk naamwoord

sluike

  1. verbogen vorm van de stellende trap van sluik

Werkwoord

vervoeging van
sluiken

sluike

  1. aanvoegende wijs van sluiken