slu

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Afrikaans

Uitspraak
stellend attributief vergrotend overtreffend
slu sluwe
slu
sluer
sluwer
sluuste

Bijvoeglijk naamwoord

slu

  1. sluw
    «Hy was 'n slu bedrieger.»
    Hij was een sluwe bedrieger.