sliepen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • slie·pen

Niet in de woordenlijst van de Taalunie

Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
sliepen
sliepte
gesliept
zwak -t volledig

Werkwoord

sliepen [2] [3]

  1. iemand bespotten door met de wijsvingers over elkaar te strijken, uitsliepen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen

Werkwoord

vervoeging van
slapen

sliepen

  1. meervoud verleden tijd van slapen
    Wij sliepen.
    Jullie sliepen.
    Zij sliepen.
Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl
  2. Woordenboek der Nederlandse taal
  3. Woordenboek der Nederlandse taal