slapend

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • sla·pend

Werkwoord

vervoeging van
slapen

slapend

  1. onvoltooid deelwoord van slapen
stellend
onverbogen slapend
verbogen slapende
partitief slapends

Bijvoeglijk naamwoord

slapend

  1. in slaap verkerende
    De slapende kinderen droomden over Sinterklaas die hun mooie cadeaus zou brengen.