Naar inhoud springen

slaakt

Uit WikiWoordenboek
  • slaakt
vervoeging van
slaken

slaakt

  1. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van slaken
    • Jij slaakt. 
  2. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van slaken
    • Hij slaakt. 
  3. (verouderd) gebiedende wijs meervoud van slaken
    • Slaakt! 
    ▸ Bibi valt op de grond, grijpt naar haar enkel en slaakt een gilletje.[1]
    ▸ Ze duwt zachtjes met de punt van haar laars tegen de papieren en slaakt een kreet als ze de plattegrond van haar jeugd ontwaart, die jaren geleden is gemaakt.[2]
  1. ↑
    Marion Pauw e.a.
    “4 wandelaars en een Siciliaan” (2022), The House of Books, ISBN 9789044363340
  2. ↑
    Jessie Burton vert. Mieke Trouw-Luyckx
    “Het huis aan de Herengracht” (2022), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789024586332