singulariteit

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • sin·gu·la·ri·teit
Woordherkomst en -opbouw
  • Van het Franse singularité, van het Latijnse 'singularitas' met het achtervoegsel -iteit
enkelvoud meervoud
naamwoord singulariteit singulariteiten
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

singulariteit v

  1. het niet van toepassing zijn van de normaal geldige regels
  2. (wiskunde) een punt waarvoor een functie of een van zijn afgeleiden niet gedefinieerd is
    • De functie tan(x) heeft een singulariteit voor de waarde π/2. 
  3. (wiskunde) het singulair zijn
    • Ten gevolge van de singulariteit van de matrix kan deze niet geïnverteerd worden. 

Gangbaarheid

79 % van de Nederlanders
90 % van de Vlamingen.

Meer informatie