signalement

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • sig·na·le·ment
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘karakteristiek’ voor het eerst aangetroffen in 1811 [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord signalement signalementen
verkleinwoord signalementje signalementjes

Zelfstandig naamwoord

signalement o

  1. beschrijving van iemand waardoor je die persoon kunt herkennen
    • Er was een uitgebreid signalement van de dader bekend. 
  2. beschrijving van een vliegtuig of ander voorwerp

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

Verwijzingen