schaamt

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • schaamt

Werkwoord

vervoeging van
schamen

schaamt

  1. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van schamen
    • Jij schaamt. 
  2. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van schamen
    • Hij schaamt. 
  3. verouderde gebiedende wijs meervoud van schamen
    • Schaamt!