scafander

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • sca·fan·der
enkelvoud meervoud
naamwoord scafander scafanders
verkleinwoord scafandertje scafandertjes

Zelfstandig naamwoord

scafander m

  1. zwemgordel.
  2. licht soort van duikerspak
    • Hij deed zijn scafander aan. 

Gangbaarheid

8 % van de Nederlanders;
20 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be