sachet

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • sa·chet
Woordherkomst en -opbouw
  • uit het Frans [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord sachet sachets
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

sachet o [2]

  1. zakje gevuld met één portie (parfum)
    • Tip 1: Een vale en vermoeid ogende huid knapt in een kwartiertje op met behulp van een masker. Mij bevallen de maskers van het Zuid-Koreaanse merk Starskin erg goed. In een sachet zit een ampul en een Bio-Cellulose sheet. Er is keuze uit een masker tegen veroudering, droogte, dofheid en poriën. [3] 
    • Ook vind ik in de tas twee sachets Heinz ketchup en twee zakjes tostisaus, servetjes en een Tosti Club-stempelkaart (met twee stempels). [4] 
Verwante begrippen


Gangbaarheid

87 % van de Nederlanders;
57 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen