rommelig

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • rom·me·lig
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van rommel met het achtervoegsel -ig
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen rommelig rommeliger rommeligst
verbogen rommelige rommeligere rommeligste
partitief rommeligs rommeligers -

Bijvoeglijk naamwoord

rommelig

  1. niet opgeruimd, met een storende mate van wanorde
    • Je kamer is alleen maar rommeliger erop geworden. 
    • Tot nu toe werd de invloed van zwarte gaten alleen indirect gezien: door de straling die ze uitstoten wanneer ze te rommelig het materiaal in hun omgeving verorberen. [1] 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. de Volkskrant George van Hal 10 april 2019 Astronomen maken eerste foto van een zwart gat