rommelig

Uit WikiWoordenboek

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • rom·me·lig
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van rommel met het achtervoegsel -ig
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen rommelig rommeliger rommeligst
verbogen rommelige rommeligere rommeligste
partitief rommeligs rommeligers -

Bijvoeglijk naamwoord

rommelig

  1. niet opgeruimd, met een storende mate van wanorde
    • Je kamer is alleen maar rommeliger erop geworden. 
    • Tot nu toe werd de invloed van zwarte gaten alleen indirect gezien: door de straling die ze uitstoten wanneer ze te rommelig het materiaal in hun omgeving verorberen. [1] 

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen

  1. de Volkskrant George van Hal 10 april 2019 Astronomen maken eerste foto van een zwart gat
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be