rolde uit

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • rol·de uit
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

vervoeging van
uitrollen

rolde uit

  1. enkelvoud verleden tijd van uitrollen
    • Ik rolde uit. 
    • Jij rolde uit. 
    • Hij, zij, het rolde uit. 


Gangbaarheid