resterende

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • res·te·ren·de

Bijvoeglijk naamwoord

resterende

  1. verbogen vorm van de stellende trap van resterend

Werkwoord

vervoeging van
resteren

resterende

  1. verbogen vorm van het onvoltooid deelwoord van resteren