Naar inhoud springen

repartir

Uit WikiWoordenboek
Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: répartir
stamtijd
infinitief verleden
tijd
voltooid
deelwoord
repartir
/ʁə.paʁ.tiʁ/
repartais
/ʁə.paʁ.tɛ/
reparti
/ʁə.paʁ.ti/
derde groep volledig

repartir

  1. onovergankelijk (opnieuw) verder trekken; opnieuw vertrekken
  2. onovergankelijk herbeginnen; opnieuw beginnen; verdergaan
  3. overgankelijk (literair) (verouderd) van repliek dienen; repliceren [2]; snel beantwoorden
  • in de voltooide tijden is het hulpwerkwoord être voor de onovergankelijke betekenissen en avoir voor de overgankelijke.


  • re·par·tir

repartir

stamtijd
infinitief verleden
tijd
voltooid
deelwoord
repartir
repartía
repartido
volledig
  1. overgankelijk uitdelen, ronddelen, distribueren
  2. verdelen
  3. bezorgen, bestellen