repartir
Uiterlijk
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| infinitief | verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| repartir /ʁə.paʁ.tiʁ/ |
repartais /ʁə.paʁ.tɛ/ |
reparti /ʁə.paʁ.ti/ |
| derde groep | volledig | |
repartir
- onovergankelijk (opnieuw) verder trekken; opnieuw vertrekken
- onovergankelijk herbeginnen; opnieuw beginnen; verdergaan
- overgankelijk (literair) (verouderd) van repliek dienen; repliceren [2]; snel beantwoorden
- ↑ repartir (Etymologie) in: Le Trésor de la Langue Française informatisé (1971-1994)
op de website cnrtl.fr
.
- re·par·tir
repartir
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| infinitief | verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| repartir |
repartía |
repartido |
| volledig | ||
- [1] distribuir
Categorieën:
- Woorden in het Frans
- Woorden in het Frans van lengte 8
- Woorden in het Frans met audioweergave
- Woorden in het Frans met IPA-weergave
- Voorvoegsel re- in het Frans
- Werkwoord in het Frans
- Onovergankelijk werkwoord in het Frans
- Overgankelijk werkwoord in het Frans
- Verouderd in het Frans
- Woorden in het Spaans
- Woorden in het Spaans van lengte 8
- Woorden in het Spaans met audioweergave
- Werkwoord in het Spaans
- Overgankelijk werkwoord in het Spaans