regnen
Uiterlijk
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| infinitief | verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| regnen |
regnete |
geregnet |
| zwak | volledig | met "haben" |
regnen
- onovergankelijk, onpersoonlijk regenen
- «Es regnet noch immer.»
- Het regent nog steeds.
- «Es regnet noch immer.»
- reg·nen
| Naar frequentie | 4157 |
|---|
regnen, g
- bepaalde vorm nominatief enkelvoud van regn
Categorieën:
- Woorden in het Duits
- Woorden in het Duits van lengte 6
- Woorden in het Duits met audioweergave
- Zwak werkwoord in het Duits
- Werkwoord in het Duits
- Onovergankelijk werkwoord in het Duits
- Onpersoonlijk werkwoord in het Duits
- Woorden in het Deens
- Woorden in het Deens van lengte 6
- Zelfstandignaamwoordsvorm in het Deens