recurrent

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • re·cur·rent
Woordherkomst en -opbouw
  • uit het Frans [1]
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen recurrent recurrenter recurrentst
verbogen recurrente recurrentere recurrentste
partitief recurrents recurrenters -

Bijvoeglijk naamwoord

recurrent

  1. herhalend, betrekking hebbend op het voorafgaande
     Tijdens hun carrière worden piloten van de luchtvaartmaatschappij regelmatig gecheckt. Tijdens die zogeheten recurrent trainingen, waarbij de opleiding wordt opgefrist, worden ook de mentale screenings herhaald.[2]
  2. (boekhouding) inkomsten voor aftrek van rente en belastingen (Recurring Earnings Before Interests and Taxes)
     Het recurrente bedrijfsresultaat (rebit) ging ruim 7 procent hoger tot 51,2 miljoen euro. De nettowinst steeg met bijna 6 procent tot 36,2 miljoen euro.[3]
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

53 % van de Nederlanders;
75 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. recurrent op website: Etymologiebank.nl
  2. Bronlink Weblink bron YTEKE DE JONG “KLM: Soms alleen in de cockpit” (26 mrt. 2015), De Telegraaf
  3. Bronlink Weblink bron wle “Lotus opent speculoosfabriek in VS” (19/08/2019), De Standaard