rancho
Uiterlijk

- ran·cho
- uit het Engels
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | rancho | rancho's |
| verkleinwoord | ranchootje | ranchootjes |
de rancho m
- Amerikaans landgoed of Amerikaanse boerderij
- "Afgelopen weekend ging hij voor het eerst met zijn nieuwe schoonouders uit eten, bij een rancho buiten de stad." [1]
- Het woord rancho staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "rancho" herkend door:
| 37 % | van de Nederlanders; |
| 46 % | van de Vlamingen.[2] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ De Volkskrant 11/03/2016 om 19:36 door Steven Adolf en Anneke Stoffelen 'Ik wil terugkomen met opgeheven hoofd'
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 6
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 2 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 37 %
- Prevalentie Vlaanderen 46 %