rambo

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

rambo
Uitspraak
Woordafbreking
  • ram·bo
Woordherkomst en -opbouw
  • vernoemd naar de filmfiguur John James Rambo [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord rambo rambo's
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

rambo m

  1. sterke, gewelddadige man
     Yekatom, die de bijnaam 'Rambo' kreeg, had volgens het strafhof de leiding over een christelijke militie die tussen december 2013 en augustus 2014 systematisch aanvallen uitvoerde op de moslimbevolking in de hoofdstad Bangui en op andere locaties in de CAR.[2]
     De verdachte, die door de krant Bild 'der Wald-Rambo' wordt genoemd, is een bekende verschijning in Oppenau en ook een bekende van de politie; hij kwam meerdere malen met justitie in aanraking, onder meer voor het bezit van een mes, pijl en boog en een pistool.[3]
     "Mensen die van hem tot een held maken, of een rambofiguur of een filmheld, die vergissen zich, denk ik", zei minister van Binnenlandse Zaken Annelies Verlinden gisteravond op de VRT.[4]
Synoniemen
Afgeleide begrippen

Gangbaarheid

Meer informatie

Verwijzingen

  1. rambo op website: Etymologiebank.nl
  2. Bronlink Weblink bron “CAR levert 'Rambo' uit aan Internationaal Strafhof Den Haag” (17-11-2018), NOS
  3. Bronlink Weblink bron “Politie zoekt in Zwarte Woud naar Duitse 'Rambo'” (13-07-2020), NOS
  4. Bronlink Weblink bron “'Zorg dat het stopt', zegt vriendin gezochte militair België op tv” (22 ME 2021), NOS