rêverie

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • rê·ve·rie
Woordherkomst en -opbouw
  • van het gelijkluidende franse woord
enkelvoud meervoud
naamwoord rêverie rêverieën
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

rêverie v

  1. dromerig muziekstuk
  2. losse gedachtestroom, mijmerij, dagdroom

Gangbaarheid

56 % van de Nederlanders;
55 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be