quilt

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

quilts in een museum
Uitspraak
Woordafbreking
  • quilt
Woordherkomst en -opbouw
  • uit het Engels [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord quilt quilts
verkleinwoord quiltje quiltjes

Zelfstandig naamwoord

quilt m

  1. een dekbed gemaakt van twee lagen stof en daartussenin een dikkere isolerende laag waarbij de boven- en onderlaag met stiksel met elkaar verbonden zijn
  2. dekbed als hierboven genoemd waarbij één laag stof bestaat uit kleurige lapjes die in een kunstig patroon aan aan elkaar gestikt zijn
    • Ik moet nu kiezen of ik mijn quilts in grote aantallen wil laten maken, dan wel of ik ze exclusief houd. De quilts die ik meeneem naar The Floor is Yours, het platform voor jong talent op de Biënnale, zijn unieke stukken die ik met de hand heb gemaakt in mijn Gentse atelier.’ [2] 
    • Initiatiefneemster Netty Fontein draagt na elk optreden een van haar eigen gedichten voor, in een decor van haar zelfgemaakte, kleurige quilts. Ook de zang van de mezzo sopraan Valeria Boermistrova en haar begeleider Henk Linker is indrukwekkend, evenals de inbreng van blokfluit speelster Kristin Nijhuis. [3] 
Synoniemen

Gangbaarheid

87 % van de Nederlanders;
70 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. quilt op website: Etymologiebank.nl
  2. de Standaard 15 OKTOBER 2016 An Bogaerts
  3. Tubantia 30-augustus-2015