pullen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pul·len
Woordherkomst en -opbouw
  • [1] pul met uitgang -en
  • [2] pull met uitgang -en

Zelfstandig naamwoord

pullen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord pul
  2. meervoud van het zelfstandig naamwoord pull

Gangbaarheid

79 % van de Nederlanders;
64 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be