prikkie

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • prik·kie
enkelvoud meervoud
naamwoord - -
verkleinwoord prikkie prikkies

Zelfstandig naamwoord

prikkie o dim. tant.

  1. weinig geld
    Ik heb dat voor een prikkie gekocht.