premenstrueel
Uiterlijk
- Geluid: premenstrueel (hulp, bestand)
- IPA: / ˌpremɛnstryˈwel / (4 lettergrepen)
- pre·men·stru·eel
- afgeleid van menstrueel met het voorvoegsel pre-
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | premenstrueel | premenstrueler | premenstrueelst |
| verbogen | premenstruele | premenstruelere | premenstrueelste |
| partitief | premenstrueels | premenstruelers | - |
premenstrueel
- (medisch) vóór de maandstonden (maadelijkse bloeding) bij de vrouw
1.
- Het woord premenstrueel staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "premenstrueel" herkend door:
| 85 % | van de Nederlanders; |
| 91 % | van de Vlamingen.[1] |
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 13
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 4 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Voorvoegsel pre- in het Nederlands
- Bijvoeglijk naamwoord in het Nederlands
- Medisch in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 85 %
- Prevalentie Vlaanderen 91 %