ploegsgewijs

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ploegs·ge·wijs
Woordherkomst en -opbouw
stellend
onverbogen ploegsgewijs
verbogen ploegsgewijze
partitief ploegsgewijs

Bijvoeglijk naamwoord

ploegsgewijs

  1. per ploeg
    • Het ploegsgewijze vertrek van de wielrenners. 

Gangbaarheid