planken

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • plan·ken
stellend
onverbogen (alleen
attributief)
verbogen

Bijvoeglijk naamwoord

planken

  1. van planken vervaardigd

Zelfstandig naamwoord

planken mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord plank

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.

Meer informatie