piske
Uiterlijk
- pis·ke
- [1] afgeleid van pis zn met het achtervoegsel -ke
- [2] afgeleid met het achtervoegsel -ke van pis zn mogelijk onder invloed van pits ww , vergelijk pietsie, pietsje
| [2] | enkelvoud | meervoud |
|---|---|---|
| naamwoord | - | - |
| verkleinwoord | piske | piskes |
het piske o
- verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord pis
- alleen verkleinwoord (figuurlijk) onbeduidende, gemakkelijke zaak
- Vergeleken daarmee is dat een piske.
- Het woord 'piske' staat niet in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie.
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 5
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 2 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Achtervoegsel -ke in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Zelfstandignaamwoordsvorm in het Nederlands
- Betekenis alleen als verkleinwoord in het Nederlands
- Figuurlijk in het Nederlands
- Niet in Woordenlijst Nederlandse Taal